www.fossiel.net

 Home Fossielen Hoe ontstaan fossielen?


De best bewaarde fossielen ontstaan als een organisme snel wordt afgedekt. Als dat niet gebeurt, kunnen factoren uit de omgeving zoals aaseters, verrotting en verwering de fossilisatie voorkomen of nadelig beïnvloeden. In de meeste gevallen zal het dus nooit tot fossilisatie komen, want deze omstandigheden zijn een uitzondering. Als het organisme in zuurstofloze condities begraven wordt kunnen zelfs resten van de weke delen worden gevonden. Meestal worden slechts de harde delen zoals een skelet of schelp teruggevonden als fossiel.

Het 'snel afgedekt worden' gebeurt meestal in "waterafzettingen" zoals slib, zand of klei in rivieren of oceanen. Fossielen van landorganismen zijn een stuk zeldzamer. Hiervoor heb je een vulkaanuitbarsting of een aardverschuiving voor nodig om te zorgen dat er een snelle afdekking plaatsvindt door zand, aarde of vulkanische as.

Na het begraven door bijvoorbeeld zand of klei hangt het nog van de chemische samenstelling van de afzetting af of het fossiel goed bewaard blijft of niet. In de afzetting kan het fossiel door invloed van chemische processen gedeeltelijk worden omgezet in andere mineralen. De interne structuur van het fossiel blijft hierbij goed behouden. Ook is het mogelijk dat het fossiel eerst geheel oplost door omstandigheden in de afzetting. Deze holte kan vervolgens wel weer worden opgevuld door andere mineralen, maar je vindt dan alleen een "afdruk". De interne structuur van het fossiel gaat hierbij verloren.

Na het fossiliseren is het fossiel wel begraven onder een hele reeks met afzettingen. Door allerlei geologische processen zoals vulkanisme en gebergtevorming is het mogelijk dat deze lagen weer omhoog komen in de aardkorst. Vervolgens kan het fossiel door erosie (afslijting) weer aan de oppervlakte komen, waar we het fossiel vervolgens kunnen oprapen.




De volgende informatie over fossielen is beschikbaar:

 

© webmaster@fossiel.net