HOME Artikelen Preparatie: Crotalocephalina associatie uit het Pragiaan van Marokko
Facebook Fossiel.net In English Please In het Nederlands

Mededeling


Bouw mee aan Fossiel.net!
Hoe kan ik helpen?

Populairste Artikelen

Georockhop



Preparatie: Crotalocephalina associatie uit het Pragiaan van Marokko

Dit artikel beschrijft een preparatieproject met een aantal onverwachte wendingen. Dit is een stuk uit de Couche Rouge, aan de basis van Jebel Issoumour, ter plaatse verworven in 2012. Het ongeprepareerde stuk toont een beeld dat je zelden ziet, waarbij een groot deel van de trilobiet al mooi zichtbaar is bij het openkloppen van de steen.

Een veelbelovend stuk, want de bewaartoestand lijkt erg goed, over de ganse lengte. Het is een flinke knaap ook, met een geschatte lengte van zo'n 7,5 cm. In dezelfde steen zit ook een sterk beschadigd pygidium van Odontochile, en een Reedops waarvan een deel van de schaal van de glabella ontbreekt, maar die wel lijkt door te lopen in de steen. Samen vormt dit toch wel een mooie associatie van 3 soorten.

Het stuk bij aanvang van de preparatie


De ontnuchtering volg niet lang daarna, wanneer ik op een schijbare luchtbel in de glabella stoot. De schaal is er compleet omgezet naar een poederige limoniet, waarbij elk detail verloren is gegaan. Een groot deel van het cephalon blijkt dit soort bellen te hebben en ze vormen samen inderdaad een plat vlak. Op zich wel een bijzonder interessant verschijnsel, en nu weet ik meteen ook waar boven en onder was toen dit beestje begraven werd. De linker librigena is aanwezig, in goede staat, en sluit mooi aan, en dat is dan weer goed nieuws.

Een reeks van luchtbellen in de glabella?

Een volgende leuke verrassing blijkt als ik het pygidium verder uitprepareer, want de stekels op dat staartstuk zijn slanker en langer dan verwacht. Het lijkt erop dat ik hier geen klassieke C. gibbus voor me heb, maar mogelijk toch iets anders. Het fenomeen is wel gekend. De bewaartoestand van het pygidium is nagenoeg perfect. Ondanks het beschadigde cephalon, gaat dit al bij al een mooie en vooral interessante trilobiet worden. 

Merk op dat de middelste stekel die zichtbaar is, een stuk mankeert. Dit was een scherf in de breuk die ontbrak. Ik heb bij het aan elkaar zetten van de stukken deze holte mee opgevuld met een epoxyhars, en daarbij de afruk van de bovenkant van de stekel als mal gebruikt. Zo krijg je een epoxy-brug tussen de basis en de tip van de stekel, ruwweg in de vorm die ze moet hebben. Deze wordt niet bijgekleurd, zodat dit 'gebrek' goed zichtbaar blijft. 

Voortgang. Merk op hoe de beschadigingen aan de glabella samen een vlak vormen

Pygidium met stekels. De epoxybrug die een ontbrekend deel moet invullen, is goed zichtbaar

Naarmate ik vooruitgang maak met het stuk blijkt dat de bewaartoestand op vele plaatsen echt bijzonder goed is. Ook de associatie van soorten is interessant, met name hoe ze ten opzichte van elkaar liggen. De Crotalocephalina ligt met het cephalon op een Reedops, die halverwege gedisarticuleerd is. Het stuk schaal dat op de Reedops ontbreekt is wellicht weggesprongen bij het openkloppen van de steen en niet meer gerecupereerd. Ik heb de rand van de breuk voor de prep verstevigd met lijm. Een pygidium van Odontochile maakt het af. Stevig beschadigd, maar toch leuk, drie soorten op een rij uit de Couche Rouge.

De Crotalocephalina lijkt de Reedops wel weg te duwen

Enkele detailfoto's illustreren de exceptionele bewaring, merk de porieën, tuberkels en facetten op

Omdat de librigena beide erg goed aansluiten, en ik sowieso ruimte nodig heb voor de verdere preparatie van de Reedops, besluit ik op zoek te gaan naar het hypostoom. De eerste millimeter lijkt dit te ontbreken, maar ik stuit er even later toch op. Halverwege het hypostoom wordt duidelijk waarom ik het initieel niet vond: ook hier heeft duidelijk druk op gestaan, waardoor de voorzijde gebroken en naar binnen gedrukt is. De verschuiving is iets meer dan een millimeter - een aanzienlijke afstand onder de binoculair.

Het hypostoom, met verdrukte voorzijde

Wanneer de preparatie voltooid is, probeer ik het verhaal achter dit stuk op een rijtje te zetten. Ten eerste is de associatie van drie soorten op een steen die in je hand past toch wel bijzonder. De Crotalocephalina meet 6,83 cm zonder staartstekels, de initiële inschatting blijkt een lichte overschatting geweest te zijn.

Van de Crotalocephalina weet ik het nagenoeg zeker (door de dicht aansluitende gezichtsnaad en hypostoom op z'n plaats), en ik denk dat ook de Reedops leefde toen ze begraven werden. Dat het sediment zich met kracht heeft gezet staat vast: er zat een stevige druk op de Crotalocephalina. Het cephalon is aan de linkerzijde uit de kom geschoten en halverwege het thorax is het segment ook losgekomen, maar het geheel bleef wel bij elkaar. De druk van de Crotalocephalina op de Reedops was groot genoeg om deze ook in stukken te duwen.

De kop van de Crotalocephalina ligt horizontaal op de bedding. Dit weten we door de luchtbellen die achterbleven onder de glabella, waarin limoniet is ontstaan dat ervoor zorgde dat het beest op die plekken slecht bewaard is gebleven. Elders is de bewaringstoestand echter ronduit schitterend. Opvallend is dat er ook heel wat steentjes in de matrix zitten waar de trilobieten op rusten, het lijkt wel een soort van grindlaag. In het vlak onder de Crotalocephalina zie je overal grijze vlekjes, dit zijn voormalige steentjes. Bij het preppen merk je naast het kleurverschil duidelijk dat deze een stuk harder zijn, en dat ze geen fossiele resten bevatten.

Nog een andere bijzonderheid: aan de Crotalocephalina is geknabbeld, en dat minstens twee keer, zo lijkt het. De linkerzijde heeft verschillende gekortwiekte thoraxsegementen. Deze beschadigingen zijn wellicht relatief kort voor de dood gebeurd en als ze al zijn geheeld, dan toch minimaal. De uiterst linkse stekel van het pygidium is beschadigd geweest maar mooi geheeld (wel ingekort). Wellicht een oude wonde. 

Het pygidium van de Odontochile is bewust niet geheel vrijgelegd. In het stuk matrix dat nog staat heb ik twee fragiele stekels éénzijdig uitgeprepareerd. Deze stekels lijken hol vanbinnen en gaan snel verloren bij het uitpreppen van dit soort trilobieten. Dit is een manier om voorlopig de overgebleven stekels te behouden, zonder veel tijd te moeten investeren in de preparatie van een voorts beschadigd pygidium.

Het afgewerkte stuk

 

Door Frederik Lerouge


Heb je aanvullingen op deze tekst? Neem dan contact op met het Fossiel.net Team.

0