HOME Artikelen Donderkeilen en rostra: belemnieten nader bekeken
Facebook Fossiel.net In English In het Nederlands

Mededeling


Bouw mee aan Fossiel.net!
Hoe kan ik helpen?

Populairste Artikelen

Georockhop



Donderkeilen en rostra: belemnieten nader bekeken

Door Ruben (Mega Shark)

Belemnieten zijn fossielen van inktvissen uit de groep Cephalopoda oftewel de ‘koppotigen’. De Belemnoidea vormen een uitgestorven groep binnen de subklasse Coleoidea van de Cephalopoda. De Belemnoidea omvat vier groepen uitgestorven inktvissen (Aulacocerida, Phragmoteuthida, Belemnitida en Diplobelida) waarvan de Belemnitida synoniem zijn aan de BelemnietenBelemnieten ontwikkelden zich al in het Devoon, maar kwamen pas tot bloei in de Jura en het Krijt (208 tot 65 miljoen jaar geleden). Dit korte artikel gaat in op de eigenschappen van belemnieten.

In het prehistorische verleden van Nederland kwamen belemnieten voor. Tijdens de Krijtperiode in het zuiden van Nederland – 70 tot 66 miljoen jaar geleden (exacte datering Maastrichtien: 66,0 tot 72,1 miljoen jaar geleden) – zwommen belemnieten in de ondiepe zee die Limburg bedekte. Ook tussen 73 en 69 miljoen jaar geleden kwamen belemnieten in Nederland voor, de Formatie van Gulpen toont dat aan. De Krijtzee vormde een geschikte leefomgeving voor allerlei soorten uitgestorven vissen, schaaldieren, reptielen en inktvissen. Aan de top van de voedselketen stond de Mosasaurus, de Maashagedis. Die kon twaalf meter lang worden. Op de bodem van de Limburgse Krijtzee bevonden zich uitgestrekte riffen.

 

Impressie van een belemniet door de auteur

Belemnieten worden in alle delen van de wereld gevonden en konden groot worden. De levende Megateuthis gigantea of M. giganteus (Schlotheim, 1820)  bereikte een lengte van drie meter met een rostrum van zesenveertig tot vijftig centimeter. Het woord ‘belemniet’, afgeleid van het Griekse ‘belemnon’ oftewel werpspeer, heeft zowel betrekking op het dier, als op het staartstuk van het dier. Dat staartstuk wordt het ‘rostrum’ genoemd (meervoud ‘rostra’). In het Engels ook wel bekend onder de naam ‘guard’. Het rostrum is vaak goed bewaard gebleven en wordt geregeld gevonden. Het rostrum lijkt op een pijlpunt of kogelhuls en zorgde waarschijnlijk voor interne stabilisatie van de inktvis. Het rostrum wordt in de volksmond ook wel ‘Donnerkeil’ oftewel ‘blikseminslag’ genoemd. Men dacht dat ze als bliksem en donder door toornige goden naar de aarde werden geschoten. Daarnaast heeft het rostrum door de eeuwen heen allerlei andere bijnamen gekregen, onder andere  ‘duivelsvingers’. Vroeger hechtte men magische krachten toe aan deze opvallende ‘pijlpunten’. Het vermalen van belemnieten en de pulp in ogen van mensen en paarden blazen zou bijvoorbeeld helend werken. Belemnieten vielen uit de hemel bij onweersbuien, zo dacht men in Limburg en omstreken. In Scandinavië dachten mensen dat elven en dwergen lichtkandelaars hadden achtergelaten (vatteljus).

Duivelsvingers?

Belemnieten hebben interne skeletten, net als sommige vertegenwoordigers van moderne koppotigen. Het rostrum (‘orthoroststrum’) vormt slechts het achterste deel van het belemnietenskelet. Naast het rostrum bestaat het skelet uit phragmocoon (soms fragmocoon genoemd) en pro-ostracum (ook proöstractum genoemd). Fossilisatie bij beide delen is erg schaars. Rostrum, phragmocoon, pro-ostracum en weke delen (kop en mantel) vormen tezamen het hele dier. Het phragmocoon is een gekamerd deel dat verdeeld is door ‘septen’: scheidingen tussen de kamers. Het is driehoekig van vorm en past in het rostrum. De ‘schede’ (die lijkt op een kegelvormige uitholling) tussen phragmocoon en rostrum wordt ‘alveole’ genoemd. Met behulp van luchtpersing en gas kan de belemniet dalen en stijgen in het water. Het pro-ostracum is een soort schild dat de interne organen van de belemniet beschermde. Het begint bij het phragmocoon en loopt over de rugzijde van de belemniet als een soort ‘schoenlepel’. Fossilisatie bij het pro-ostracum is extreem zeldzaam. Dat heeft onder andere te maken met het materiaal van rostrum, phragmocoon en pro-ostracum. Het rostrum is vaak opgebouwd uit calciet (calciumcarbonaat): een relatief hard mineraal. Het levende dier nam calcium, koolstof en zuurstof op om zijn rostrum op te bouwen. Vezels van calciet zijn aanwezig bij gebroken of opengeslagen rostra. Het mineraal calciet (ook wel kalkspaat) bestaat voornamelijk uit het zout calciumcarbonaat (CaCO3). Het is een van de meest voorkomende mineralen in de aardkorst. Aan de hand van fossiele rostra kan men zee temperaturen uit het tijd van het dier meten (zuurstof-isotoopbepaling).

Schematische weergave door auteur van de interne structuur van belemnieten

Belemnieten hadden tien armen van vrijwel gelijke lengte met haken. Een gegeven waarmee zij verschillen met moderne (pijl)inktvissen die zuignappen hebben. Belemnieten hadden twee ogen en sterke staartvinnen waarmee zij door het water konden zwemmen. Zij waren waarschijnlijk uitstekende roofdieren, net als moderne inktvisachtigen en zwommen wellicht in scholen. Belemnieten hadden tevens hoornachtige kaken (papegaaivorm) en een inktzak om inkt te spuiten. Daarnaast hadden zij een ‘siphon’: een kanaal waardoor water geperst werd voor voortstuwing. De levende belemnieten van Nederland werden ongeveer tien tot vijftien centimeter en maximaal dertig tot vijftig centimeter lang. Fossiele rostra nemen één derde tot één vijfde van de totale lengte van de dieren in beslag. In Zuid-Limburg kwamen een aantal belemnieten voor. Een van de meest bekende is de soort Belemnitella mucronata (Schlotheim). Die soort heeft een cilindervormig rostrum (sigaarvormig) met een kenmerkende spitsvorm (‘mucro’ of ‘mucron’) Het rostrum van deze belemniet kan bedekt zijn met vaatafdrukken van aderen en sporen van aanhechtingen (zijvinnen). Andere soorten betreffen Belemnitella junior, Belemnitella iwowensis en Belemnella ex gr. sumensis/cimbrica. Belemnieten worden soms gevonden in grote hoeveelheden bij elkaar. ‘Belemnietenkerkhoven’ of ‘belemnietenslagvelden’ worden die plaatsen genoemd. Vaak liggen fossiele belemnieten daar tezamen in kalk, aarde of klei. Onduidelijk is waarom zoveel rostra op deze plaatsen bij elkaar liggen. Wellicht heeft het te maken met bepaalde zeestromen en locaties om te paren. Aan de hand van de ligging van belemnieten kan de richting van zeestromingen worden vastgesteld. Belemnietenrostra zijn erg hard en konden niet goed verteerd worden door roofvissen en reptielen. Maagsappen beschadigden de belemnieten alvorens roofdieren  belemnieten vaak letterlijk uitkotsten. Er zijn gefossiliseerde vissen en haaien gevonden met tientallen, zelfs honderden  rostra in hun magen. Belemnieten worden vaak als gidsfossielen gebruikt voor de perioden waarin ze hun bloei beleefden: Jura en Krijt.

Twee voorbeeldvormen van belemnieten: sigaar- en naaldvormig

Het nauwkeurig determineren (vaststellen van soorten) bij belemnieten is erg lastig. Wetenschappelijke methodes maken het mogelijk om belemnieten te determineren. Het doorzagen van belemnieten voor determinatie is vaak een vereiste. Handig is voorkennis van het sediment waarin de fossielen aanwezig zijn. Tegenwoordig hoeft men niet meer te zoeken naar levende belemnieten: zij stierven ongeveer 66 tot 65 miljoen jaar geleden uit na de meteorietinslag te Mexico (KT) die (waarschijnlijk) zorgde voor het uitsterven van de dinosauriërs. Belemnietenrostra zijn letterlijk miljoenen jaren oud en verschaffen ons een klein inkijkje in het prehistorische verleden van Nederland. Als men zelf belemnieten wilt vinden in Europa zijn de Jura gesteenten van Duitsland en Engeland en het Krijt van Limburg en Frankrijk de beste opties. 

Taxonomische indeling:

Bronnen

Belemnite. Microsoft Encarta Online Encyclopedia 2003. Retrieved December 15, 2015 from: http://autocww.colorado.edu/~flc/E64ContentFiles/PaleontologyAndFossils/Belemnite  .html

Delaware State Fossil. The Belemnite. University of Delaware. Retrieved December 15, 2015   from: httpp://www.dgs.udel.edu/delaware-geology/delaware-state-fossil-belemnite

Diggelen, J. (1986). Belemnieten. Gea. Retrieved December 15, 2015 from: http://natuurtijdschriften.nl/search?identifier=414675;keyword=belemniet

Eyden, P. (2003). Belemnites: A Quick Look.  Retrieved December 15, 2015 from: https://www.tonmo.com/community/pages/belemnites/

Shimmin, J. (2008). An Introduction to Belemnites. Retrieved December 15, 2015 from: http://www.ukfossils.co.uk/guides/belemnites.htm

Taylor, P. & Lewis, D. Fossil Invertebrates (2005). London: Natural History Museum Publishing.

 

Door Ruben (Mega Shark)

 


Heb je aanvullingen op deze tekst? Neem dan contact op met het Fossiel.net Team.

0